©2019 by Jelle.

Via Belize in Guatemala

24/11/2018

Deel twee van mijn wereld reis is voorspoedig begonnen! Mijn ouders brachten me naar de Schiphol en het afscheid was heel anders dan in februari. Na de gebruikelijke security check hoefde ik niet lang te wachten voordat ik kon boarden. Toen ik eenmaal in mijn stoel zat kwam er een stewardess naar me toe. ‘Jelle, kom even mee’, zei ze vriendelijk. Ik liep mee en ze vertelde me dat ik een upgrade naar de 1e klasse kreeg. Maico, een vriend en ex-studiegenoot, werkt bij TUI op kantoor en had dit allemaal voor me geregeld. We hebben nog steeds af en toe contact en wist dat ik vandaag terug zou vliegen. Ik kreeg ook nog een goodiebag met eten en drinken, een bidon, een TUI-fietsshirt en een persoonlijke succeswens-kaart van Maico en van de bemanning aan boord. Verschrikkelijk aardig dat Maico dat allemaal heeft geregeld natuurlijk, een goede kick-start om weer te beginnen.

 

In m'n gloednieuwe TUI-outfit

 

De vlucht was dus van alle gemakken voorzien en voor m’n gevoel kwam ik snel aan in Mexico. Ik pakte de bus en taxi naar het huis van Andrés en het voelde alsof ik niet was weggeweest. Andrés zat nog steeds in zijn gewone werkpatroon, geen bijzondere dingen verder. Ik had een aantal typische Nederlandse producten meegenomen voor Andrés om hem te bedanken voor alles wat hij heeft gedaan voor ons.

 

Ik ben ’t weekend en het begin van de volgende week nog bij Andrés gebleven om mezelf goed voor te bereiden om weer te gaan. Fiets gecheckt (achteraf gezien belabberd gedaan), wat inkopen gedaan in de stad en kleding laten repareren. Net als in Nederland (in januari) heb ik ook hier een proefritje gemaakt om te kijken hoe het voelde. Alles voelde in principe goed en ik was mentaal en fysiek klaar om te vertrekken.

 

’s Morgens bakte ik nog snel een paar eieren om mezelf brandstof te geven om te vertrekken. Ik had een maand eerder al besloten om de bus naar de grens tussen Mexico en Belize te pakken omdat het naar mijn idee niet de moeite is om drieënhalve dag op de snelweg te fietsen met links en rechts alleen maar bomen. Ik moest 35 kilometer fietsen om de bus te pakken en het was me kennelijk niet gegund omdat zonder lekke band te doen. Na de eerste 28 kilometers had ik al een lekke band te pakken, top! Ik heb gewoon te lang doorgefietst met een versleten buitenband. Een gelukje bij een ongeluk: ik had goede schwalbe buitenbanden meegenomen vanaf Nederland. Die had ik op de valreep nog ingeslagen. Met een paar keer snel oppompen haalde ik nog net mijn bus. Dat ging niet helemaal vanzelf…. De bus zat al aardig vol met bagage van de vele backpackers die hier op vakantie zijn, daar moesten mijn 6 tassen + fiets dus nog bij. Met wat moeite paste het er allemaal in en reed ik naar Chetumal, een Mexicaans stadje vlak bij de Belizaanse grens. Daar ging ik meteen naar een fietsenboer en liet ik mijn buitenband vervangen en binnenband plakken voor maar liefst €1,50. Voor dat bedrag ga je natuurlijk niet zelf zitten kloten, dat zal ik waarschijnlijk nog vaak genoeg moeten doen. Uiteraard een goede fooi gegeven. Na tien kilometer kwam ik bij de grens waar ik me jammer genoeg 30 dollar afhandig heb laten maken omdat ik niet goed op de hoogte was van de regels. Enfin, bij de Belizaanse grens zag ik vier bepakte fietsen staan. Na een probleemloos en nieuw stempeltje in mijn paspoort raakte ik aan de praat met de fietstoeristen. Drie Mexicanen en één Libanees. Hun tocht begon hier, in Chetumal, en gaat via Belize naar Guatemala. Ze nodigden me uit om mee te gaan, ze kenden al iemand verderop met een slaapplek. Leuk om zo te beginnen!

 

We fietsten naar de lokale voetbalclub van Corozal waar we in de kleedkamer konden slapen. De fietsen stonden veilig geparkeerd in het scheidsrechtershok 😊.

 

Javier, Akiles, Tamayo en Marco bij de voetbalclub

 

Akiles, de Libanees, kende iemand in het volgende dorp. Het scheen een resort te zijn dat normaal wordt verhuurd voor gigantische feesten. Het was slechts 25 kilometer, dus we hadden alle tijd van de wereld. Daardoor kon onder andere een andere fietsenboer kijken naar mijn krakende trapas en scheve wiel. Ik heb m’n fiets anderhalve maand geparkeerd in de tropische warmte en dat heeft toch voor kleine probleempjes gezorgd. De beste man wist het min- of meer op te lossen dus we konden weer verder. Via een ferry zijn we bij dat resort aangekomen wat inderdaad een klein paradijsje was. Prachtig terrein met uitzicht over een meer. We konden daar verblijven vanwege twee Poolse fietstoeristen die Akiles kent. Zij zijn hier tijdelijk aan het werk in ruil voor onderdak en eten (via workaway.com). Ik had nog nooit gehoord van die community, het lijkt me een goede manier om erachter te komen wat je leuk vindt om te doen.

 

Op een pontje

 

Paradijs 1

 

 

De volgende dag besloten we naar Sand Hill te gaan. Een kleine negentig kilometer. Belize is een erg rustig  met minder dan 400.00 inwoners. De officiële taal, vooral gebruikt door de overheid, is Engels. Bijna iedereen spreekt echter ook Spaans en onderling wordt er veel Creools Engels gesproken. Het lijkt op Engels maar je verstaat er geen zak van. Verder is het erg opvallend dat bijna elk winkeltje wordt gerund door een Chinees, alsof ze het land hebben overgenomen. Ik heb me laten vertellen dat de overheid hen voor tien jaar subsidieert en dat velen daarna weer terugkeren naar China. Geen idee wat er van waar is. In Sand Hill belandden we in de tuin van een relaxte rastafari dude.

 

We fietsten vervolgens naar de hoofdstad van Belize, Belmopán. Ik dacht altijd dat Belize-Stad de hoofdstad was, maar dat hebben ze ooit gewijzigd vanwege de kwetsbaarheid van de stad voor natuurrampen. We sliepen bij de brandweer. Eén van de brandweerlieden had ons ik de ochtend al zien fietsen en dacht al dat we naar hun toe zouden komen. Hij vertelde dat er elke week wel een paar fietstoeristen langskomen. De hoofdstad stelt geen reet voor. Het is eigenlijk gewoon een simpel dorp met een speciale wijk waarin allemaal internationale organisaties of ambassades gevestigd zijn.

 

 Kamperen op het veldje van de brandweer

 

 

En toen zat Belize er alweer op. We fietsen samen naar de grens waar ons een domper te wachten stond. Akiles had met zijn Venezolaanse identiteit een visum nodig om Guatemala binnen te komen, en dat wist hij niet. Hij was er al eens geweest, maar ze hebben de regels dus veranderd en daar was Akiles niet van op de hoogte. Ze lieten hem bij uitzondering één nacht in Guatemala slapen, de dag erop moest hij terug. Ik kreeg zonder problemen mijn stempeltje, best handig om Nederlander te zijn.

 

Na een kort afscheid vertrokken we zonder Akiles richting El Remate en vanaf daar was het nog maar een klein stukje naar Flores. Flores is de hoofdstad van de provincie en heeft een klein toeristisch schiereilandje dat via een soort dijkje verbonden is met het vaste land. We sliepen in een van de vele hostels die op het eiland gevestigd zijn, inclusief prachtig uitzicht op het meer. We hebben daar een laatste gezellig avond samen gehad maar voor mij was het tijd om de groep achter me te laten en alleen verder te gaan.

 

Uitzicht vanaf het hostel

 

Zo’n twee maanden geleden fietste ik met zeven Mexicanen (Rodando por America) door Mexico. De groep ging na wat onenigheid versplinterd verder. Ik heb nog steeds contact met een aantal van hen, waaronder Omar. Omar is toen alleen verder gegaan met iets van $200 op zak met Argentinië als einddoel. Mission Impossible natuurlijk, maar hij heeft het uiteindelijk nog wel tot Panamá geschopt, dat vind ik bewonderingswaardig. Hij zou daar gaan werken bij een oom om zo genoeg geld te verdienen om heel Zuid-Amerika door te gaan. Dat is allemaal niet doorgegaan, want hij wist niet dat hij een dure werkvergunning nodig had om in Panamá aan de slag te gaan. Hij is weer terug in Mexico en is aan het werk om over een paar maanden een tweede poging te wagen Argentinië te bereiken. Misschien gaan we een stuk samen optrekken. Op weg naar Panamá is Omar al wel door Guatemala gefietst en heeft zo een aardig netwerk opgebouwd van mensen. Via Whatsapp stuurde hij me de contactgegevens van Walter, die in het plaatsje Poptún woont en daar een klein fietsenzaakje heeft. Poptún ligt op ruim 100 kilomter van Flores. Ik nam afscheid van de groep en vertrok laat richting Poptún. De laatste vier kilometer heb ik (in het donker…) gelopen omdat het lot me op een lekke band trakteerde. Dat hebben we natuurlijk meteen opgelost in de zaak van Walter en daarna bracht hij me naar een gigantisch huis waar al een opgemaakt bed voor me klaar stond. Ik heb in Mexico heel veel mazzel gehad met alle mensen die ik daar heb ontmoet en die me hebben geholpen, het voelt alsof ik nu weer in zo’n flow ben belandt en daar ben ik natuurlijk erg dankbaar voor.

 

Paradijs 2

 

Omar heeft me aangeraden om vooral te genieten van Poptún omdat het een unieke plaats is. Ik wil kilometers maken maar heb me toch weer laten verleiden om een paar dagen rust te pakken. Waarom ook niet? Die paar dagen op een reis als deze maken het verschil natuurlijk niet. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om het probleem met mijn trappers op te lossen. Walter is een goede fietsmonteur en heeft zichzelf alles aangeleerd. Zelfs de specialistische reisfiets die ik gebruik kent voor hem geen geheimen en hij heeft kleine probleempjes moeiteloos opgelost. Ik heb in het kleine stadje meteen wat aankopen gedaan, maar vooral ook rust gepakt. Helaas vertoont de camera die ik van mijn tante geleend heb ineens kuren en alhoewel de camera gewoon opstart, kan ik er geen foto’s mee maken. De kwaliteit van de foto’s zal daardoor drastisch achteruit gaan omdat ik nu afhankelijk ben van het cameraatje op mijn mobiel die niet van hoge kwaliteit is. Mijn excuses daarvoor en ik zal proberen het probleem zo snel mogelijk op te lossen, maar dat kan nog even duren. Ik ben op dit moment dus in Poptún en vertrek zondagochtend (25 november).

Please reload

24/10/2019

Please reload

Recente blogs (Nederlands/Dutch)

Recent blogs (English)

December 5, 2019

October 24, 2019

October 5, 2019

Please reload