©2019 by Jelle.

Land in zicht!

2/2/2019

De weersvoorspellingen waren gunstig en het leek dus het ideale moment om, volgens planning, op zondag te vertrekken. We verlieten de haven terwijl de Duitse muziek door de speakers brulde. Iedereen mocht weten dat ze na een half de haven verlieten. Geruisloos voeren we naar de open zee, omdat de elektrische motoren nauwelijks hoorbaar waren. En toen was het moment daar om de zeilen te hijsen, de motoren uit te schakelen en om daadwerkelijk te zeilen! De eerste zeildag was al behoorlijk ruig. We eindigden bij Escudo de Veraguas, een zeer klein eilandje. Het eilandje bestaat uit palmbomen, een kleine jungle en wat huisjes voor de paar inheemse families die er wonen. We lagen daar voor anker en per kayak ging ik even naar het strand toe om het te verkennen. Er was niemand te bekennen, de huisjes waren verlaten. Toen ik weer terug naar de kayak liep kwam er net een gezin aangevaren. Ze hadden boodschappen ingeslagen op het vaste land en hadden anderhalf uur op een gammel bootje gezeten om aan te komen. De moeder vroeg me lachend of ik haar dochter wilde trouwen, ik zei dat ik daar nog even over na moest denken. De vader vertelde me dat hij een miniwinkeltje wilt openen voor het groepje zeiltoeristen dat hier dagelijks aankomt. Hij zou de eerste zijn, dus ik denk dat dat best wel zou kunnen werken.

 

 Het leven van een opgroeiend kind op de boot, Paul is aan het rekenen

 

Jana en Michel liggen heerlijk te slapen

 

Ik help de aangekomen familie om de boot op het strand te brengen

 

We sliepen daar één nachtje, om de volgende ochtend om 5 uur te vertrekken. Het plan was om de lange overtocht naar de Shelton Bay Marina te maken, bij de opening van het Panamakanaal. De zee was nog ruiger dan gisteren, we hadden een zogenaamde kruiszee. We werden allemaal een beetje zeeziek en kwamen tot de conclusie dat ons doel onhaalbaar was. Plan B was voor anker liggen bij een haven van een grote goudmijn (Punta Rincón) die ze nog aan het bouwen zijn. Toen we daar binnen voeren werd er gelijk contact met ons opgenomen door de haven om te vragen of het om een noodgeval ging. Van een echt noodgeval was niet bepaald sprake, maar de boodschap dat er twee zeezieke jonge jongens aan boord zijn helpt natuurlijk enorm. We werden niet bepaald warm onthaald. Er waren constant twee beveiligers op de kade en ik werd meteen aangesproken toen ik foto’s van de haven maakte. Ik vermoedde al dat dat niet op prijs werd gesteld, maar ik hield me van de domme. Er kwam zelfs een drone boven de boot vliegen en maakte rondom waarschijnlijk allemaal foto’s. Zo te zien is die goudmijn goed gevuld. Op de satellietfoto’s werd de gigantische omvang van de mijn duidelijk. Bizar.

 

Jana en Michel zijn blij om de industriehaven (achtergrond) te verlaten

 

We hebben hier een extra dag voor anker gelegen, omdat de zee er niet beter op werd. Datzelfde gold voor de dag daarna, maar we besloten het erop te wagen. Voor anker liggen bij een industriehaven is ook niet de prettigste plek om te moeten wachten. Een lange en hobbelige dag volgde maar we hebben het gehaald. In het donker voeren we door de opening van het Panamakanaal richting de ‘Shelton Bay Marina’. In de open zee kon je de grote vrachtschepen zien die daar voor anker lagen, wachtend op het moment om door het kanaal te mogen varen. Die doorgang is strikt gereguleerd. Een bijzonder moment. Er was niemand meer om ons de haven binnen te begeleiden, dus we moesten een nachtje wachten bij een afgelegen kade.

 

v.l.n.r.: Jan-Dirk (JD), Michel, Jana en Paul

 

De volgende dag voeren we ’s morgens de haven binnen. Het was wat krap, maar uiteindelijk voer Jan-Dirk de grote catamarán probleemloos richting de aangewezen plek. De haven heeft een restaurant, een zwembadje, een klein supermarktje, een zeilmaker en een locatie waar groot onderhoud aan de boten gedaan kan worden. Verder is er niets. De dichtstbijzijnde stad is Colón, waar dagelijkse shuttlebusjes naartoe vertrekken. Je moet dan het Panamakanaal oversteken per pontje of via een weg langs de gigantische sluizen. Beiden opties duren erg lang op het moment dat er scheepvaart door het kanaal vaart, want zij hebben prioriteit. Als alternatief bouwen ze een gigantische brug die de president in juni zal openen. Zie de foto’s.

 

De ene kant

 

De andere kant

 

Op het pontje, aangezien de brug nog niet klaar is

 

Toevallig woont een van de hoofdinspecteurs van dit project, een 68-jarige Duitser, al zes jaar in de haven. Ik vroeg hem of er een of ander masterplan achter de constructie van de brug zit, aangezien de brug nergens naartoe gaat. Hij vertelde me dat ze in de toekomst een nieuwe weg gaan aanleggen langs de gehele Caribische kust, een project dat jaren in beslag zal nemen in 10 miljard dollar zal kosten.

 

De haven bevindt zich op de locatie waar de VS voorheen een militaire basis had. Dit was de belangrijkste locatie om het Panamakanaal te bewaken en het werd tevels gebruikt voor ‘jungle warfare’ training. De troepen hebben deze locatie in 1999 verlaten en dat geeft een beetje een spookachtige indruk. Velen gebouwen, bunkers en complexen zijn vervallen en verlaten. Er is zelfs een verlaten start- en landingsbaantje.

 

Op het start- en landingsbaantje

 

Elke vrijdagmiddag komt er een klein busje vanuit Colón met verse groente en fruit. Omdat het aanbod in het minisupertje nogal schaars is, maken veel mensen in de haven gebruik van deze service. Toen ik erheen liep zag ik ineens een groepje mensen met Nederlandse vlaggen en oranje shirts. Kennelijk had de havenmeester, zelf gekleed in een Nederlands voetbalshirt en Unox-muts, gevraagd om een foto met alle Nederlanders. Puur toevallig had ik mijn oranje tenue met Nederlandse vlag op dat moment aan, dus ik kon meteen aansluiten voor de foto:

 

 

Eeuwen voor de Amerikanen waren de Spanjaarden natuurlijk heer en meester van Centraal- en Zuid-Amerika. Ook toen was het gebied al ontzettend belangrijk voor koloniale handel en dat moest natuurlijk verdedigd worden. Op zo’n 10 kilometer van de haven bevinden zich de ruïnes van het fort dat de Spanjaarden gebruikten, UNESCO werelderfgoed. Iedereen in de haven is gebonden aan taxi- of shuttleservices, maar ik had natuurlijk de fiets. In een halfuurtje fietste ik erheen en het was een erg indrukwekkend gezicht.

 

Het voormalige fort van de Spanjaarden

 

Jan-Dirk en Jana vertelden dat over een dag of 4 richting de San-Blas eilanden willen zeilen en dat ik van harte welkom was om met ze mee te gaan. Een geweldige kans voor mij om die exotische eilandengroep te bezoeken, dus dat ga ik natuurlijk doen. Ik heb de extra dagen gebruikt om naar Panama-Stad te fietsen. Een kleine honderd kilometer. Ik fietste over de autopista (snelweg), zoals ik dat altijd heb gedaan in Centraal-Amerika en Mexico, maar de regels waren hier kennelijk strikter. Fietsen is streng verboden. Het was echter zondag, de tolhuisjes waren gesloten en er was niemand om me op dat punt tegen te houden. Na zo’n 20 kilometer werd ik gestopt door de verkeerspolitie en zij maakten me dat duidelijk. Ik fietste naar de eerstvolgende afslag en nam toen een B-weg, omgedoopt tot de ‘snelweg van de armen’, omdat je er geen tol betaalt. Ik voelde me op die weg veel onveiliger. Weinig ruimte, veel troep op de weg, veel gaten in de weg en geen scheiding tussen de rijstroken. En denk niet dat ze daar langzamer rijden dan op de snelweg, want dat is zeker niet het geval. Ik arriveerde op zondagmiddag 27 januari, de laatste dag dat de paus op bezoek was. Hij is er bijna een week geweest, en dat heeft veel impact gehad op de hele stad. Ontzettend veel ‘pellegrinos’ (pelgrims) vanuit Centraal- en Zuid-Amerika. Ook ik werd regelmatig aangesproken als pellegrino.

 

De trouwe lezers van mijn blog herinneren zich misschien dat ik in het ‘bicycle nomad café’ in Phoenix was, inmiddels al bijna 8 maanden geleden (zie hier). Hier ontmoette ik Erick, van origine een Panamees. Hij runt een koffiezaakje in een fietsenwinkel en heeft als doel om de levensstijl van een fietstoerist (een soort fietsnomade) te promoten. Toen vertelde hij me al dat ik in Panama-Stad zijn familie kon ontmoeten. Ik krijg vaker zoiets te horen als “Ik heb familie in dit land en dat land, daar kan je terecht als je daar bent”. Super aardig, maar negen van de tien keer werkt dat niet. Je onderhoudt simpelweg niet met iedereen contact. Maar deze keer dus wel. Ik kon terecht bij de broers van Erick, Gerald en Miguel. Ik ben daar twee dagen gebleven om Panama-Stad te bezoeken.

 

Gerald en ik

 

Ik was onder de indruk van de omvang van de stad. Qua wolkenkrabbers doet het je soms aan New-York denken, ik had er geen idee van dat Panama-Stad zo’n economisch centrum was.  Verder vond ik de stad niet spectaculair, veel slecht onderhouden gebouwen en veel rommel op straat. Per ongeluk belandde ik ook nog in het donkere steegje waar je zeker NIET wilt komen. De verzoeken om cocaïne, crack, marihuana en prostitutie vlogen me om de oren.

 

Gigantische stad

 

Het antieke gedeelte van de stad is wel erg mooi en het barstte er nog van de pelgrims die er een leuke feestje van wilden maken. Het museum over de aanleg van het Panamakanaal was erg interessant, dat was een van de dingen die ik graag wilde bezoeken. ’s Avonds ben ik met Gerald willekeurig door alle hoeken van de stad gereden en ik heb Gerald zo beter leren kennen. Net als Erick is hij als jonge jongen naar de VS gereisd om daar te studeren, de regels waren toentertijd soepeler en er was veel toekomstperspectief voor studenten uit het buitenland. Na jaren in de VS te hebben gewoond en gewerkt, groeide er toch een soort heimwee naar het moederland. Hij besloot terug te gaan en sinds 5 jaar woont hij weer in Panama-Stad. 

 

Na twee dagen Panama-Stad was het voor mij weer tijd om terug te gaan. Ik had het voor m’n gevoel ook wel gezien. Dit keer was het een doordeweekse dag, dus geen afsnijmogelijkheden over de autopista helaas. Ik had zoveel ontbeten dat ik genoeg energie had om in één ruk, 5 uur zweten, de haven bereikte. Ik vond eigenlijk alleen het laatste gedeelte, van het pontje terug naar de haven, aangenaam om te fietsen. Zo’n 13 kilometer door een regenwoud over een weg die bijna niet gebruikt wordt. Muziek is daar echt niet nodig want die maakt de natuur voor je! Aankomende zondag vertrekken we richting de San-Blas eilanden. Als ik een beetje mazzel heb vind ik daarvandaan een verbinding naar Colombia. Als dat niet het geval is zal ik toch echt moeten gaan vliegen.

Please reload

24/10/2019

Please reload

Recente blogs (Nederlands/Dutch)

Recent blogs (English)

December 5, 2019

October 24, 2019

October 5, 2019

Please reload