©2019 by Jelle.

De San-Blas eilanden

17/3/2019

In mijn laatste blog, ruim een maand geleden, schreef ik dat ik naar de San Blas eilanden zou gaan. Inmiddels ben ik alweer een paar dagen aan het fietsen in Colombia, dus er is een gat aan onvertelde verhalen. Ik heb besloten het op te splitsen in twee blogs die ik kort achter elkaar zal posten. Zo blijft het nog een beetje behapbaar in jullie drukke levens.

 

Laat ik beginnen door het bijzondere nieuws te delen dat ik het laatste stuk van mijn reis zal fietsen met mijn vader. Nadat mijn vader me vertelde later dit jaar met pensioen te gaan, stelde ik voor om het laatste stuk samen te doen. Hij was eerst terughoudend omdat het ‘mijn reis’ zou zijn, maar het lijkt mij juist alleen maar een mooi om dat samen te doen. En hij is om! Sterker nog, hij heeft al een fiets op de kop getikt. Het idee is om vanaf Buenos Aires dwars door Argentinië te fietsen naar Santiago de Chile en vanaf daar naar het zuiden te fietsen. Maar dit is allemaal nog toekomstmuziek, alles kan nog veranderen.

 

Enfin, terug naar de haven in Panama waar we op het punt stonden om naar de San Blas eilanden te zeilen. De dag voordat we de haven verlieten, ging ik samen met Jana naar een voormalig bunker van het Amerikaanse leger. De natuur heeft die plek in 20 jaar volledig overgenomen. Jana is bioloog en erg geïnteresseerd in alle beesten, en wilde daarom graag naar binnen. Gewapend met een bamboestokje en zaklamp gingen we als ware avonturiers het vervallen betonnen bunker in. Het was vrij groot en elke kamer was bewoond door kakkerlakken en vleermuizen. Verder hebben we een aantal grote spinnen en een salamander gezien. ‘Helaas’ geen slangen of schorpioenen.

 

Toen we op zondagmorgen vertrokken uit de ‘Shelter Bay Marina’, brulde voor de tweede maal de Duitse muziek door de speakers. Het was een halve dag varen tot we in een andere haven aankwamen, de ‘Linton Bay Marina’. De zeilomstandigheden werden als ‘niet comfortabel’ bestempeld, maar waren erg goed vergeleken met wat we eerst hadden. De afgelopen weken hebben ‘moderne piraten’ meerdere boten overvallen die buiten deze haven voor anker lager, dus Jan-Dirk besloot om in de haven aan te meren in plaats van erbuiten voor anker. Het Duitse gezin werd hier herenigd met Allen en Maria, een Brits stel die ze meer dan een jaar geleden hebben gezien. Ze zeilden toen samen langs verschillende Canarische eilanden, en gingen toen ieder hun eigen weg. Jan-Dirk is een echte Duitser en houdt wel van een biertje, dus dat werd een lange en gezellige avond. We bleven hier een extra dag.

 

Jan-Dirk, Maria, Allen, Michel, Paul & Jana

 

Zonsondergang in Linton Bay

De reünie met Maria en Allen

 

Er was niet heel veel te doen in de haven. Het Britse stel moest zichzelf nog officieel melden bij de Panamese immigratiedienst. Ze zijn van Jamaica naar Panama gezeild en gisteren dus aangekomen. Per taxi gingen ze naar Portobello, een stadje op tien kilometer van de haven met een kleinschalige immigratiedienst. Ik ging met ze mee. Nadat ze klaar waren hebben we een rondje door het stadje gewandeld. Hier vertrokken vroeger velen Spaanse schepen volgeladen met goud en zilver. Die rijkdom is in ieder geval niet terug te zien in de stad van vandaag, Portobello ziet er verloederd uit. Je kunt het nog wel terugzien aan de ruïnes van maar liefst drie verschillende forten die de Spanjaarden gebruikten om hun buit te verdedigen voor indringers. Het fort dat ik gezien heb zag er helaas slecht onderhouden bij. Na een uurtje hadden we het gezien en gingen we weer terug.

 

Portobello in een notendop

 

We zijn vandaag dan eindelijk, samen met het Britse stel, vertrokken richting de San Blas eilanden. Achterin de zeilboot hadden we twee hengels geprepareerd om hopelijk een lekkere tonijnvis te vangen voor de lunch. Helaas braken beide lijnen op dezelfde dag, de één vrijwel meteen, de ander toen de tonijn op nog geen meter van de boot was. Jana heeft gevochten als een leeuw om de vis binnen te hengelen, dus het was nogal een domper toen de lijn op het laatste moment brak… Scheiße!!

 

Jana deed haar stinkende best

 

We lagen voor anker bij het eilandje waar iedereen zich als moet melden voordat je de andere eilanden bezoekt. Dat zijn er trouwens honderden. Je betaalt een kleine toeslag om de eilanden te bezoeken. Dat geld gaat naar de gemeenschap van de Kuna Yala, de inheemse bevolking die nog altijd op de eilanden wonen. De honderden eilanden zijn officieel onderdeel van Panama, maar ze hebben toch autonomie. Deze inheemse bevolking heeft haar cultuur, ondanks de Spaanse invloeden, opvallend goed in stand weten te houden.

 

Ze hebben weliswaar hun eigen taal, Kuna, maar Spaans neemt dat min of meer over. Een paar decennia geleden was de kokosnoot nog een betaalmiddel voor de bevolking, maar de Amerikaanse dollar heeft dat overgenomen. Het wordt je daarom niet in dank afgenomen als je een kokosnoot van een eiland meeneemt, omdat het nog steeds belangrijk voor de bevolking is. Sommige eilanden zijn onbewoond en worden beheerd en onderhouden door families, die die taak een paar maanden per jaar op zich nemen. De grotere eilanden hebben hun eigen gemeenschap met drie gekozen eilandvertegenwoordigers waarvan er één de baas is. De algehele bevolking heeft ook drie gekozen vertegenwoordigers, waarvan de baas de ‘Surpreme leader’ is.

 

De registratie bij het kantoortje op het eerste eilandje

 

Enfin, in de weken die we in het gebied doorbrachten, hebben we velen eilanden bezocht. Het was paradijselijk. Onbewoonde eilandjes met parenwit zand, omringd door turquoiseblauw water. In het echt ziet het er nog veel mooier uit dan op de foto. Hier en daar een beetje zwemmen, snorkelen, kayakken, lezen, sundowners tijdens de zonsondergang, gezellige barbecue-avonden met het Britse stel: Het was al met al goed uit te houden! 😊

 

Paradijselijk privé eiland

Ook op deze afgelegen eilandjes kan de smartphone niet ontbreken

Een zelfgemaakt zeilbootje in de ondergaande zon

 

Op een rustige middag werd er op de radio omgeroepen of er iemand was die een man kon helpen die zichzelf met zijn machete in zijn hand had gehakt. De taalbarrière vormde een te groot obstakel om deze Spaanstalige man te helpen. Jan en ik spreken Spaans dus ze werden naar onze boot gestuurd. Even later kwamen er twee locals aan op de boot en legden uit wat er was gebeurd. Als noodoplossing hadden ze iets strak om de hand gebonden om het bloeden te stoppen. Helaas is er weinig blijven hangen van mijn EHBO cursus van de basisschool, dus ik had geen idee wat te doen. Gelukkig was daar moeder Jana als redder, zij wist wat te doen! Ze maakte de wond van Dioris schoon en deed er een dikke laag verband omheen. De arme man had behoorlijk wat bloed verloren want hij had het voor elkaar gekregen precies in een ader te hakken. Het verband zou de wond nooit kunnen helen, dus hij moest naar een ziekenhuis. Er bestaan echter geen medische noodservices binnen de San-Blas eilanden, dus de man moest de hele nacht wachten. Jana gaf hem pijnstillers mee en hij zou morgen met de boot meekunnen naar het eiland met een ziekenhuis.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Met de dingy, de algemene naam voor het kleine bootje die (zeil)boten achterop vervoeren, pikten we Dioris en een vriend op. Als dank kregen we van de eilandbewoners nog een paar kokosnoten mee. Een prachtig gebaar als je weet hoe belangrijk die kokosnoten zijn voor hun. Dioris zag er redelijk uit, maar de pijn had hem een goede nachtrust ontnomen. We zeilden naar het eiland Nargana, maar we konden het ziekenhuis niet bereiken omdat het te ondiep was. De bootbeheerder van het ziekenhuis had lunchpauze…. Een lokale handelaar bracht hem per houten bootje naar de kade van het ziekenhuis.

 

Dioris komt eindelijk aan bij het ziekenhuis

 

Later die middag kwamen we hem tegen op het eiland. Hij zag er opgelucht uit en vertelde dat hij zeven hechtingen in zijn hand had gekregen. Ik voel me toch wel dom dat ik niet weet hoe ik moet handelen in zulke noodsituaties, want zoiets kan altijd, overal en iedereen overkomen.

 

Tijdens onze medische tocht naar het ‘ziekenhuiseiland’ werd ons verteld dat er woensdag carnaval zou zijn, een nationale feestdag die in heel Panama zou worden gevierd. Jan houdt wel van een feestje, dus we gingen later die week weer terug. We waren niet goed ingelicht, want de carnavalsviering bleek pas twee weken later te zijn. We besloten ons eigen feestje te gaan bouwen. ’s Avonds aten we met z’n allen in een klein restaurantje.

 

Na tweeënhalve week op deze paradijselijke eilanden was het tijd om terug te varen. Helaas geen bootconnectie naar Colombia kunnen vinden, maar ik heb ook niet echt goed mijn best gedaan om er een te vinden. In één ruk voeren we terug naar de Shelter Bay Marina. Ik heb een ongelofelijk tijd met de Duitse familie gehad, wat een geluk dat ik via via met ze in contact ben gekomen. De dag voor ik afscheid nam moest de boot op het vasteland worden gelift. Jan-Dirk voer de boot door een krappe ingang richting de kraan die de boot uiteindelijk op het droge tilde. Voordat ze door het Panamakanaal varen moet er nog wat schilderwerk aan de onderkant van de boot worden gedaan.

 

Als je het leuk vindt om hun avonturen te volgen of die van Lady Jane, hieronder een linkje naar hun websites:

 

https://jajapami.blog/ (Duitse familie)

 

https://untilthebuttermelts.com (Brits stel)

 

Ik heb daarna afscheid genomen en ben teruggefietst naar het verloederde Portobello om rond te vragen naar bootverbindingen. Hierover meer in mijn volgende blog.

 

De afscheidsfoto

 

Please reload

24/10/2019

Please reload

Recente blogs (Nederlands/Dutch)

Recent blogs (English)

October 24, 2019

October 5, 2019

Please reload