©2019 by Jelle.

Het laatste hoofdstuk: Zuid-Amerika

28/3/2019

In mijn vorige blog deelde ik het bijzondere nieuws dat ik samen met mijn vader ga fietsen vanaf Buenos Aires. Ik heb nog een mooi nieuwtje: Ik krijg bezoek in Colombia! Goede vriend Tom en zijn zusje Nina komen naar Bogotá en we gaan drie weken samen reizen. Ik kijk er erg naar uit om ze te zien!

 

Terug naar Panama: Op een vroege vrijdagochtend was het tijd om afscheid van de Duitsers te nemen. Ik heb een geweldige tijd met ze gehad en zal dat nooit vergeten. Ze gaan een feest geven nadat ze aan zijn aangekomen op hun eindbestemming, ik ben uitgenodigd. Ik vond het niet moeilijk om afscheid te nemen, vooral omdat ik er veel zin in had om naar Colombia te gaan. Ik wist alleen nog niet hoe ik daar zou komen. Ik fietste naar naar de verloederde havenstad van Portobello, waar ik al eerder geweest was, om rond te vragen.

 

Onderweg naar Portobello werd ik gebeld door Jan-Dirk, werd ik nu al gemist? Jan-Dirk vertelde dat ik mijn camera was vergeten…. Ik had die ochtend afscheidsfoto’s genomen en was de camera toen glashard vergeten. Ik had geen zin meer om terug te fietsen, daar was ik al te ver voor. Dat zouden we later wel oplossen.

 

Afscheidsfoto

 

In Portobello heb ik in korte tijd een veel te dure commerciële overtocht naar Colombia gevonden. De zeilboot zou op zondagmorgen vertrekken en zou weer langs de San Blas eilanden gaan. In alle eerlijkheid moet ik bekennen dat ik daar niet eens zoveel zin in had. Ik was er al bijna drie weken geweest en ik wilde gewoon starten met de volgende fase van mijn reis, namelijk Zuid-Amerika. De opties om te vliegen waren niet veel goedkoper, dus de keuze om te zeilen was snel gemaakt. Ik ben de volgende dag heen en weer gegaan naar Colón om de camera op te halen. Ik pakte een overvolle bus die als een soort racewagen door de heuvelachtige bochten scheurde en alle passagiers vermaakte met oorverdovende reggeaton muziek. Echt fijn waren die ritjes niet, maar de camera was in de pocket! Het enige minpuntje is dat de camera opeens weer dezelfde kuren vertoond als een paar maanden geleden, dus deze blog heb ik helaas alleen maar foto’s van mijn telefoon.

 

De volgende dag wikkelde ik mijn fiets in plastic folie, om te voorkomen dat het zoute water de fiets zou aantasten. We vertrokken ’s morgens. De groep bestond uit 19 reizigers, en ik geloof dat driekwart van hen na een paar uur varen kotsend over de reling hing. Zwakkies! Niks gewend. We hebben een paar relaxte dagen op de eilanden gehad.

 

De groep overstekers! 

 

Het was een gezellige groep reizigers met veel verschillende nationaliteiten. Ik vond de overtocht zelf niet heel bijzonder. Ik ben natuurlijk ontzettend verwend met de luxe van de Duitse catamarán. Deze boot was zó vol, dat er soms niet eens genoeg plek was voor iedereen om op het bovendek te zitten. De overtocht duurde vijf dagen. Op vrijdagochtend 1 maart kwamen we aan in de haven van Cartagena. Het gaf me een bijzonder gevoel om hier aan te komen. Na Noord- en Centraal-Amerika is het tijd voor het laatste hoofdstuk van het Amerikaanse continent. We moesten nog een paar uur wachten voordat de immigratiedienst onze paspoorten had gecontroleerd, maar daarna waren we vrij om te gaan en staan waar we wilden.

 

Terwijl ik aan het chillen was op de San-Blas eilanden had ik had via Warmshowers een overnachtingsadresje gevonden. Ik fietste naar het huis van Algemiro en het voelde vertrouwd om weer richting het onbekende te fietsen. Argemiro verhuurt kleine kamertjes en houdt er meestal eentje vrij voor backpackers of fietstoeristen. Toevallig was er nog een andere fietser aanwezig, een 49-jarige Engelsman (Andy) die een groot deel van zijn leven in Zuid-Afrika heeft gewoond en gewerkt, voornamelijk omdat het Engelse weer hem niet bevalt. Hij is gestart in Brazilië en hij gaat richting het noorden, dus het was een goede mogelijkheid om informatie uit te wisselen. Ik heb weer een hoop leuke ideeën opgedaan. Hij is in afwachting van zijn vlucht naar Panama, en we bespraken de mogelijkheid om nog een paar dagen samen te fietsen langs de kust. Ik ben ’s avonds nog naar de afscheidsbarbecue geweest van de groep met wie ik de overtocht heb  gemaakt. Ik heb nog steeds contact met een aantal van hen.

 

Mijn aankomst in Colombia viel toevallig samen met de carnaval in Barranquilla, dat dicht bij Cartagena ligt. Dat schijnt na Rio de Janeiro het grootste carnavalsevenement in de wereld te zijn. Ik kon mijn fiets en spullen in het huis van Argemiro achterlaten om dit evenement te bezoeken. Ik ging op zaterdag om de grote parade zien. Het was gigantisch druk en de sfeer zat er goed in. Iedereen bestookte elkaar met meel en schuim, een kleurrijk gekkenhuis! Ik had het na een middag wel gezien en pakte de bus weer terug naar Cartagena.

 

Adam, Fabricio, ikzelf, Julio, Amarins & Robin

 

Ik bleef nog een paar dagen in Cartagena en verhuisde naar een centraal gelegen hostel. Hier kwam ik in contact met Anatole, een 27-jarige Fransman die ook per fiets reist. Ik vertelde hem over Andy en we besloten om met zijn drieën te vertrekken en een paar dagen langs de kust te fietsen. Na een maand niksen was het eindelijk tijd voor wat kilometers. Ik kon duidelijk merken dat ik aardig wat spierkracht verloren ben in die periode. Bovendien hadden we volle bak wind tegen en dat was geen misselijk windje.

 

Anatole & ik in quasi-nonchalante pose

 

In drie dagen fietsen we naar Santa Marta, een kleinschaligere toeristenplaats in vergelijking met Cartagena. We hebben een gezellige dagen gehad, het was heel relaxed om met hun samen te fietsen. We stopten regelmatig en we hadden helemaal geen haast. Ik bleef een extra dag omdat mijn fiets voor de zoveelste keer problemen had en ik die hier kan verhelpen. Ik had weer een lekke band, mijn reserve binnenband explodeerde en er was een spaak gebroken.

 

Andy in het midden

 

En toen was het tijd om alleen verder te gaan. Ik moest een klein beetje haast maken omdat Tom en Nina eind Maart al in Bogotá zouden aankomen. In sneltreinvaart fietste ik via de zonneroute (ruta del sol) richting Bucaramanga. Dit kostte me vier lange maar prachtige dagen in temperaturen van bijna veertig graden. Het kan met recht de zonneroute genoemd worden. Ik fietste door het droge en ruige platteland waarvan ik niet eens wist dat Colombia het had, ik dacht dat Colombia alleen maar groen en tropisch was.

 

Heet en droog

 

Het houdt niet over voor de varkens

 

Vanaf Bucaramanga was het tijd om te klimmen. Ik zat de wereldkaart een beetje te bestuderen en kwam toen tot de conclusie dat deze paar vlakke dagen de laatste waren voor de komende maanden. Het Andesgebergte begint hier en houdt niet op tot ik er in Bolivia vanaf ga. Shiiiiit! In Bucaramanga heb ik al mijn spaken laten vervangen omdat ik weer een gebroken spaak had. Bovendien werd ik weer getrakteerd op een binnenband die explodeerde. Het is tijd voor Europese onderdelen in plaats van die goedkope Chinese meuk die in de meeste fietsenwinkels wordt aangeboden. Die technische problemen frustreren me gigantisch en ontnemen een beetje de lol van het fietsen. Ik wil gewoon fietsen, ik wil er helemaal niet bij na hoeven denken of alles het wel houdt.

 

In Bucaramanga ontmoette ik Diego. Hij heeft vijf jaar geleden een fietstocht naar Bogotá gemaakt en hij heeft toentertijd alles goed gedocumenteerd. Ik kon die informatie goed gebruiken om mijn route te bepalen, en ik koos zeker geen gemakkelijke route. In zes dagen fietste ik naar Tunja, de geboorteplaats van de Colombiaanse wielerheld Nairo Quintana. Dat geeft je misschien een beeld van de hoe de omgeving eruit ziet: Bergachtig! Ik was al maanden niks gewend qua klimmen, dus het was echt inkomen. Mijn route leidde me over een paar hoge bergen en langs een aantal pittoreske dorpjes. Het letterlijke hoogtepunt was een berg van bijna 4 kilometer hoogte die ik moest bereiken via een verschrikkelijke onverharde weg met stenen en modder. Het kostte me anderhalve dag om daar boven te komen. Zie hieronder een paar foto’s van mijn zesdaagse tocht:

 

 

Dit was de eerste serieuze klimdag, op weg naar het dorpje Zapatoca. Ik wist van te voren dat het een zware klim zou worden, dus ik kon me er mentaal op voorbereiden om uren te moeten klimmen. Dat helpt me altijd om de moeilijkere gedeeltes door te komen. Start met klimmen, stop om te drinken en denk vooral niet teveel na over hoeveel je nog te gaan heb. Als je lichaam het niet meer aankan dan merk je dat vanzelf wel, dat breekpunt heb ik nog niet bereikt. En voor je het weet ben je boven!

 

Op weg naar de Tao tempel

 

Op de kaart zag ik dat er een Tao tempel op mijn route. Ik heb me laten vertellen dat dit een soort filosofische en religieuze stroming is die oorspronkelijk uit het oosten komt en dat er slechts 8000 aanhangers zijn. En ze hebben dus één locatie in heel Latijns-Amerika, namelijk op het bergweggetje waar ik toevallig langsfietste. Ik had gelezen dat ze eerder fietstoeristen hadden opgevangen, dus ik had mijn zinnen gezet op een overnachting bij hun. De weg was echt verschrikkelijk, het schijnt een voormalig riviertje te zijn, dus het ligt vol met grote stenen. Ik was daarom erg langzaam en had niet genoeg tijd om voor het donker aan te komen. Ik heb uiteindelijk twee uur in het pikkedonker over een stenenweg moeten klimmen om daar aan te komen. Ik zag eindelijk licht aan het einde van de tunnel: Er waren wat verlichte huisjes en er liepen er allemaal mannetjes met zaklampen over de weg. Ook werd er een discussie afgespeeld via de luidsprekers die langs de kant van de weg waren gemonteerd. Ik kan het niet goed omschrijven, maar het kwam in ieder geval erg mysterieus over allemaal. Na 12 uur fietsen kwam ik oververmoeid aan bij de ingang van de gemeenschap, waar ik bot werd afgewezen. Ik moest vóór zes uur aankomen want daarna accepteerden ze geen gasten meer. Shit! Het was ook stom van mij om er 100% vanuit te gaan dat ik daar zou kunnen overnachten, maar tegelijkertijd was het voor mij moeilijk voor te stellen dat ze me zouden weigeren in deze condities. Het enige wat ik nodig had was een stukje gras, ik had m’n tent en mijn eigen eten. Maar dat was kennelijk teveel gevraagd, dus ik kon weer vertrekken. Er was geen plek om langs de kant van de weg te kamperen, dus mijn enige optie was doorfietsen en wachten op een verlicht huis. Na een half uur zag ik een teken van leven, een verlicht huis. Ik riep in de richting van het huis en na een tijdje deed een vrouw de deur open. Ik legde de situatie uit en vroeg of het mogelijk was om op haar grasveldje te kamperen. Ik werd weer afgewezen en ze vertelde dat er verderop een huis was waar ik het kon proberen. Om half 10 ’s avonds heb ik dan ein-de-lijk een overnachtingsplek gevonden. Ik werd heel vriendelijk ontvangen, kreeg zelfs een bord warm eten en kon in een bed slapen. Ik at mijn bord leeg en viel daarna meteen als een blok in slaap.

 

Praktisch geen verkeer op de weg

 

Op 3500 meter, bijna boven!

 

Ik moest om 7 uur vertrekken om de top van die kloteberg op tijd te bereiken. Dat lukte uiteindelijk; half 3 ’s middags was ik boven. Ik heb niet echt genoten van de tocht naar boven, maar ben trots dat ik het gehaald heb in zo’n korte tijd. Ik daalde af naar Duitama waar ik overnachtte. Ik fietste de volgende dag naar het grootste meer van Colombia (het Tota meer) en daarna naar Tunja. Vanaf Tunja pak ik de bus naar Bogotá, om de ergste drukte te vermijden en om op tijd te zijn om Tom en Nina te verwelkomen. Ik ben blij dat ik het gehaald heb en vind het wel weer tijd voor een paar dagen lichaamsherstel, want ook mijn zitvlak was het vele fietsen even ontleerd…. Tot zover, tot de volgende blog!

 

Het grootse meer van Colombia, het Totameer (op 3 km)

 

 

 

Please reload

24/10/2019

Please reload

Recente blogs (Nederlands/Dutch)

Recent blogs (English)

December 5, 2019

October 24, 2019

October 5, 2019

Please reload