©2019 by Jelle.

Carretera Austral

7/2/2020

Na uren gefietst te hebben door de stromende regen bereikten we, volledig doorweekt, het dorpje Villa Santa Lucía. De Carretera Austral loopt langs dit dorp en het was voor ons dus het moment waar we eindelijk op deze weg uitkwamen. Hoe doorweekt we ook waren, we konden nog lachen voor een foto met het eerste bord waar deze weg op genoemd staat. Ik heb al zoveel goede verhalen gehoord over deze weg, dus het was een memorabel moment toen we het bereikten.

 

Hondsblij

 

De sfeer in dit dorp was bijzonder te noemen. Een paar jaar geleden heeft hier een vernietigende modderstroom het leven gekost aan 22 dorpelingen. Ze werden ’s nachts verrast en konden niet meer ontvluchten. De schade die dit heeft veroorzaakt is nog steeds goed zichtbaar, zelfs zo goed zichtbaar dat het lijkt alsof het een paar maanden geleden gebeurd is. Sommige huizen liggen nog steeds in puin, de moddermassa is nog steeds niet opgeruimd en er staat een pijnlijk simpel monument dat deze gebeurtenis herdenkt. Het is moeilijk voor te stellen wat zo’n gebeurtenis doet met een gemeenschap vaan dorp van een paar honderd inwoners.

 

 Het monument

 

Ondanks de kleinschaligheid zijn er meerdere hostels te vinden. Op regenachtige dagen stromen deze vol met doorweekte fietsers die hun kleding ’s nachts willen drogen en zichzelf op een warme douche trakteren, dit was dus ook het geval toen mijn vader en ik aankwamen. We waren met zes fietsers en dat was best gezellig, een Chileens duo, een gekke Braziliaan met veel te veel bepakking (die niet meer verder kon omdat er meerdere spaken waren gebroken) en een Fransman. Aan de ene kant geven zoveel fietsers je het gevoel dat je niets bijzonders aan het doen bent, aan de andere kant geeft het een gevoel van saamhorigheid.

 

Onze kleding was ‘s nachts redelijk opgedroogd in de woonkamer die door een houtkacheltje werd verwarmd. Iedereen heeft hier zo’n kacheltje in huis, dus als je door het dorp loopt zijn de rokende schoorsteentjes een teken van leven in de brouwerij. We zijn ’s morgens meteen doorgegaan en hebben zo onze eerste kilometers op de carretera austral afgelegd. De voorspelling was dat het niet zo zou regenen als de voorgaande dag, en die voorspelling klopte gelukkig aardig, het spetterde sporadisch maar we werden gelukkig niet kletsnat.

 

Vers gevallen sneeuw op de bergen

 

De eerste paar dagen op de carretera austral waren niet zonovergoten, maar desondanks prachtig. Je komt langs tropisch ogende gebieden waar de regen eigenlijk gewoon bij hoort. Elke dag passeerden we wel een stadje waar je alle essentiële producten kunt kopen, dus het eerste deel was qua bevoorrading niet zo moeilijk. Alleen zijn de verse producten wat moeilijker, die zijn over het algemeen wat duurder en van slechtere kwaliteit, omdat ze een grote afstand moeten overbruggen om dit gebied te bereiken. Behalve als de verse producten natuurlijk uit de streek komt! Zo kwamen we langs het stadje Puyuhuapi, een slaperig vissersdorpje dat aan het uiteinde van een groot fjord ligt. Het was hier dus niet moeilijk om een vers stuk zalm of forel te verkrijgen. De uitzichten waren weer eens prachtig!

 

 

 

 

 

Na twaalf fietsdagen achter elkaar arriveerden we in de stad Coyhaique, de grootste stad aan de Carretera Austral.

 

Coyhaique in zicht! Wat een metropool!

 

Het is gek om dagenlang langs een zo'n rustige weg te fietsen om vervolgens in een stad te belanden met 50.000 inwoners. Je vraagt je dan af waar al die mensen vandaan komen en hoe de stad wordt bevoorraadt. We hebben hier twee rustdagen genomen en flink ingeslagen voor het volgende deel van de route. Ik heb hier trouwens ook een hengel gekocht, want de rivieren en meren schenen hier vol met forellen en zalm te zitten. "You have to be extremely bad at fishing if you don't catch anything here", kreeg ik te horen. Vanaf Coyhaique is het nog ongeveer 550 kilometer tot het eindpunt van de route, waarvan de laatste 450 kilometer nog altijd niet zijn geasfalteerd.

 

Nadat we Coyhaique verlieten konden we dus nog even genieten van het comfortabele asfalt en moesten het de anderhalve week die zouden volgen zonder doen. Dat fietsen op onverharde wegen was gelukkig niet helemaal nieuw voor ons, want we hadden al wat ervaring opgedaan in de voorgaande weken. De bandenspanning moet wat naar beneden (dat is makkelijk in stellen met die reusachtige fietspomp die ik al sinds Mexico met me meesleur) en je moet van mindset veranderen. Onze fietsen en uitrusting zijn niet erg geschikt voor deze wegen, dus je gaat gewoon niet veel harder dan 10 km/uur, wat soms frustrerend kan zijn.

 

De laatste dag met asfalt!

 

Inclusief een fijne afdaling

Het einde van de verharde weg....

Nog 100 meter....

Over met de pret... de volgende 500 kilometer zonder asfalt

 

Vlak nadat het asfalt ophield, kwamen we langs wegwerkzaamheden die zo’n 15 kilometer zouden duren. We wisten dat we voor 13:00 ’s middags voorbij een soort toegangspoort moesten zijn, want ze sluiten de weg daarna af tot 17:00. We hadden geen zin om hier de hele middag op te moeten wachten, dus we moesten flink doorfietsen om dit op tijd te halen, en dat lukte gelukkig.

 

Na zo’n tien van de vijftien kilometer werden we echter alsnog tegengehouden. Ze zijn bezig met een verbreding van de weg en de enige manier om de weg langs grote rotsen te verbreden is met behulp van dynamiet. Ze hadden het dynamiet al geplaatst dus er zat voor ons niks anders op dan alsnog te wachten tot 17:00, dan zou de weg weer worden vrijgegeven. We vroegen ons af of we explosie zouden kunnen horen, het antwoord op die vraag was luid en duidelijk. We hoorden een gigantische knal en zagen in de verte een stofwolk opstijgen van hier tot Tokio.

 

Dat gevaar was geweken, dus we fietsen weer een stukje op. Grote gele shovels waren inmiddels druk in de weer om de weg van de reusachtige rotsbrokken te ontdoen, en dat duurde precies tot 17:00. We hadden de eer om als eerste langs deze puinhoop te rijden en werden even later tegemoet gereden door een grote stoet auto’s die zich aan de andere kant van de wegwerkzaamheden had gevormd. Zoals je op de foto kunt zien hebben we onze dagelijkse aanbevolen hoeveelheid stof wel weer binnengekregen.

 

 

 

De dagen die volgden waren pittig en schitterend. We fietsten langs het grootste meer van Chili, Lago General Carera. Als je daar fietst heb je geen idee van de dimensies om je heen, sommige bergen aan de overkant van het meer liggen op zestig kilometer afstand. We hebben nog op een camping gestaan langs dit meer waar ik helaas zonder succes mijn hengel heb uitgetest. De dag hierop stonden we bij een zijtak van dit meer, wederom met een bizar uitzicht. Voor zowel mijn vader als voor mij was dit een van de meest memorabele kampeerplekken ooit, naast een turquoiseblauw meer met besneeuwde bergen en een gletsjer op de achtergrond. Absurd.

 

Lago General Carera op de achtergrond

 

 Waar we een flink stuk langs hebben gefietst

Vissen met uitzicht

 

Na een dag of wat kwamen we aan in het dorpje Cochrane, wat aardig wat voorzieningen heeft gezien de ligging van deze plaats. Dit is het laatste punt waar we eten kunnen inslaan tot het eindpunt, Villa O’Higgins. We hebben onszelf hier getrakteerd op een heerlijk biertje van een lokale brouwerij en hebben weer eens wat anders gegeten dan de pasta met tomatensaus die we ons elke avond voorschotelen bij het kamperen. We zijn wat dat betreft niet bepaald inspiratievolle chefkoks, want het komt vaak op hetzelfde neer (suggesties zijn welkom!)

 

Flink ingeslagen voor het laatste stuk

 

Enfin, het kostte ons vanaf Cochrane nog drieënhalve dag om Villa O’Higgins te bereiken. Op de tweede dag waren we vroeg gaan fietsen om op tijd te zijn voor de pontverbinding bij het plaatsje Puerto Yungay. Er is nog geen wegverbinding langs dit fjord (tot minimaal 2028!), dus de pont is de enige mogelijkheid om de weg te vervolgen en deze verbinding wordt gratis aangeboden door het Chileense leger. We kwamen op tijd, maar wederom volledig doorweekt en koud aan bij de pont. Het was een zware dag voor mijn vader. Hij kan veel hebben, maar regen is zeg maar niet helemaal zijn ding. En zeker niet als dat gepaard gaat met een zware klim. Alsof we door een regenwoud omhoog aan het fietsen waren, zo voelde het een beetje.

 

Who'll stop the rain?

 

We moesten nog uren wachten op de pont, dus hebben de wachtruimte tijdelijk omgetoverd tot een gezellige woonkamer. We konden droge kleren aantrekken en we hebben in de tussentijd een lekkere kop koffie gezet. We werden nog vergezeld door twee andere fietsers die ook zeiknat aan kwamen zetten, een Zweedse man met een Franse vrouw.

 

Op de pont konden we schuilen in een taxibusje, het was namelijk weer eens gaan gieten. We zaten heerlijk warm en comfortabel, maar moesten toch echt weer naar buiten toen de pont Rio Bravo bereikte, het eindpunt van de pont. Ook hier was weer zo’n wachtruimte. Deze wordt regelmatig als schuilplaats gebruikt voor fietsers, en dat hebben wij dus ook gedaan. We waren hier eerst met z’n vieren, en daar kwamen later nog twee doorweekte Chilenen bij. Best knus in zo’n klein kamertje. Een beetje jammer alleen dat een van de Chilenen oorverdovend aan het snurken was, dus ik heb m’n opblaasbare slaapmatje uiteindelijk alsnog buiten gelegd.

 

 

 

 

 

Op deze lange en natte dag volgde nog een loodzware dag met venijnig steile klimmetjes. Mijn vader is inmiddels in staat om bijna alle klimmetjes te fietsen zonder af te stappen, maar moest deze dag meerdere keren afstappen. Hij gaf aan dat hij niet het energieniveau van een paar dagen eerder had en hij had niet de kracht in de benen om omhoog te komen. Het was dus flink door de zure appel heen bijten, voor uren en uren achter elkaar. Het steeds op- en afstappen is ontzettend vermoeiend en frustrerend en de tranen stonden in zijn ogen toen we eindelijk boven waren bij de laatste klim van de dag. Waar sleep ik die man toch allemaal meer naar toe, vraag ik me weleens af. Alsof we werden beloond voor deze doorstaande beproeving brak de lucht ineens open, het zonnetje kwam tevoorschijn, de weg werd vlak en we kregen een heerlijke wind in de rug. We eindigden deze dag in een hutje dat iemand heeft gebouwd voor passerende fietsers. Het kacheltje brandde zelfs al toen wij aankwamen, dus we hadden een heerlijke aangename hut voor onszelf. Vanaf hier was het nog maar 32 kilometer tot het eindpunt.

 

Lekker comfortabel in ons hutje

 

De eerste 25 gingen als de brandweer, maar de weg werd weer barslecht bij de laatste zeven, als een soort laatste horde.  Op een zaterdagmiddag kwamen we dan eindelijk aan in Villa O’Higgins! De sfeer in dit dorp is uniek en het voelt alsof je bij het einde van de wereld bent aangekomen.

 

 

 

Welkom in Villa O'Higgins!

 

We hebben de afgelopen tijd genoeg gekampeerd dus we trakteerden onszelf op een hostel. We hebben de afgelopen tijd ook weer genoeg pasta gegeten dus we trakteerden onszelf op patat met een stuk zalm (niet zelf gevangen).

 

Het officiële eindpunt van de carretera austral is niet in dit stadje, maar nog acht kilometer verderop, bij Puerto Bahamóndez. Vanaf hier vertrekt de pont die je afzet aan de andere kant van het O’Higginsmeer. We moeten deze pont nemen om over te steken naar Argentinië. Deze overtochten worden aangeboden door twee verschillende aanbieders en het komt regelmatig voor dat er niet gevaren kan worden in verband met de wind. Dat was in ons geval ook zo. We hadden al een reservering gemaakt in Cochrane, maar dit werd met een dag uitgesteld in verband met de weersomstandigheden.

 

Zo hadden we nog een extra rustdag, wat we eigenlijk niet erg vonden. We konden allebei merken dat onze lichamen wel toe waren aan wat rust na het bijna non-stop fietsen van de afgelopen tijd.

 

De pont vertrok om acht uur op een dinsdagmorgen, en om er zeker van te zijn dat we de boot niet zouden missen zijn we op maandagavond al naar Puerto Bahamóndez gefietst. Hier hebben we de carretera officieel voltooid! Uiteraard hebben we trots geposeerd bij de twee borden die dit einde markeren. Wat een ongelofelijk mooie route is het geweest, waarin we dagelijks langs meren, besneeuwde bergen en/of gletsjers hebben gefietst. We hebben soms flink moeten afzien, maar het is het allemaal dubbel en dwars waard geweest. Mijn vader denkt er net zo over. Ik denk dat de foto’s dat ook wel aantonen.

 

Kan ook weer van de bucket list!

 

In mijn volgende blog schrijf ik over de logistiek gecompliceerde weg terug naar Argentinië (twee pontjes en een modderweg door het bos) en het prachtige vervolg!

Please reload

Please reload

Recente blogs (Nederlands/Dutch)

Recent blogs (English)

February 21, 2020

January 14, 2020

Please reload